vrijdag 14 mei 2010

Al die willen te kaap'ren varen


Noot van de wedstrijdredactie
De inzendingen voor de perched lakes prijsvraag uit de vorige blog bleven tot een minimum beperkt, namelijk geen enkele. Wij hebben ook geen idee waar die andere 38 meren zich bevinden, maar in deze blog vinden jullie een iets makkelijkere prijsvraag.

Glasshouse Mountains
Australië is een fantastisch land. Het stikt er van de mooie plaatsjes en nationale parken. Alsof dat nog niet genoeg is worden die meestal uiterst gerieflijk ingericht voor de plaatselijke natuurliefhebbers: overal zijn sanitaire voorzieningen (met wc-papier!), picknicktafels én gratis te gebruiken barbeques!

De Glasshouse mountains dus: vanuit een vlak landschap verrijzen een 15tal heuvels met de meest rare grillige vormen. Het is ons een raadsel hoe die er gekomen zijn... Maar gelukkig hebben de Aussies informatieborden geplaatst en die leren ons dat het vroeger vulkanen waren. De vulkaankegels zijn door erosie verdwenen en wat overblijft is de gestolde lava die nog binnenin de kegel zat. We beklimmen één van de bergen, genaamd Ngungun, en hebben zo een uitzicht over de omgeving.


Lady Musgrave island
"Je bent niet in Australië geweest als je het Great Barrier Reef niet hebt gezien" Zo staat het in alle reisgidsen. Het Great Barrier Reef is een gigantisch rif dat zich uitstrekt voor de oostkust van Australië. Wat echter niet in de gidsen staat is dat Australië een gigantisch land is, je zou het niet zeggen als je het zo rechts onderaan op de wereldkaart ziet liggen, maar het is groter dan Europa en groter dan de United States. Van Sydney (rechtonder) tot Cairns (rechtboven) rijd je een kleine 3000 km! En de 'highway' die deze twee steden verbindt, bestaat grotendeels uit een 2 baansweg (1 strook per rijrichting dus). Omdat Geert en ik geen zin hebben om 3/4 van onze tijd in de auto te zitten besluiten we niet tot helemaal bovenaan de oostkust te rijden, van waaruit de standaard toerist dit rif gaat bezoeken. Wij ontdekken een piepklein eilandje - het Lady Musgrave Eiland - dat het uiterste zuidpuntje van het rif vormt en dat volgens de reisgids dan weer één van de meest onaangetaste en mooiste stukken is: daar willen we naartoe!

Onze uitvalsbasis is het dorpje met de naam "1770" (uitgeproken als "seventeen seventy"). Als sommigen van jullie binnenkort een postkaart ontvangen met de tekst "groeten uit 1770": geen paniek! We zijn niet in de teletijdsmachine van professor Barabas gekropen, we zitten wel degelijk nog steeds in 2010. Het dorpje heet zo omdat de ontdekkingsreiziger kapitein Cook er voor het eerst aan land ging in - jawel ze zijn best logisch die Aussies - het jaar 1770. Eigenlijk was het de Nederlander Abel Tasman die Australië als eerste ontdekte, maar hij ging niet aan land (rare jongens die hollanders). Hij noemde Australië "New Holland" en even later zette hij wel voet op een ander eiland in de buurt dat hij New zealand noemde. Trouwens - beste bloglezers - er schijnt nog een tweede plaatsje op aarde te bestaan met een getal als naam. Wie ons kan zeggen welk stadje, krijgt wederom een postkaart uit een land naar keuze. Wij hopen op iets meer reactie dan afgelopen keer. We kamperen in 1770 aan de zee en overleven maar weer eens een zonsondergang.

Lady Musgrave Island ligt 60 km voor de kust. Het rif ligt er in een ring omheen en houdt de golven tegen, waardoor het water rondom het eiland er spiegelglad bijligt en je er perfect kunt zwemmen en snorkelen. We boeken een dagtocht. De brochure belooft ons een fantastische ervaring, lunch is inbegrepen alsook morning en afternoon tea met cakes! De dame bij wie we boeken zegt ons nog dat we zeker een tablet tegen zeeziekte moeten innemen want ze voorspellen pittige golven. Kapu weet als ervaren zeeman natuurlijk dat dit zwaar overdreven is, en bovendien hebben we zo'n pillen helemaal niet bij dus vooruit dan maar, we gaan de boot op.
Op zo'n boot worden altijd eerst de safety instructions doorgenomen: we moeten absoluut blijven zitten want de boot zal flink schommelen, een vriendelijke jongeman toont ons hoe je een zwemvest aandoet, en dan legt hij tot onze grote verbazing ook het gebruik van de kotszakjes uit! Die dingen hebben een handig draai-en-klik systeem zodat ze zonder morsen door de behulpzame bemanning in ontvangst kunnen genomen worden. Nou, nou.

En daar gaan we dan, 60 km varen op zee, een anderhalfuur durende trip. Hier volgt het reisverslag:

0u05 Van zodra we de haven uit zijn worden de golven behoorlijk pittig, de boot schommelt hard alle kanten op
0u10 Ik hoor Geert naast me mompelen "Verdorie, ik heb die golven toch wel wat onderschat"
0u15 Een dame een paar stoelen verder houdt het niet meer en het eerste kotszakje wordt door de bemanning afgevoerd
0u30 Ik zie Kapu zwetend en met gezwollen oogjes naast me zitten, zijn lippen op elkaar persend
0u40 Steeds meer kotszakjes verdwijnen in de vuilnisbak, de bemanning springt in het rond met servetjes, koude doekjes om in de nek van de mensen te leggen en spreekt iedereen bemoedigend toe
0u50 Ik voel me toch ook niet zo lekker maar blijf halstarrig naar de horizon kijken, proberend mijn ademhaling te controleren en tegen mezelf sprekend "het zijn maar een paar golfjes, het kan niet ver meer zijn"
0u55 Nu begin ik ook te zweten
1u00 Mijn kotszakje wordt afgevoerd
1u15 Ook Kapu's zakje gaat richting vuilnisbak
1u30 Aankomst aan het drijvend ponton (een groot houten vlot dat voor de kust van het eiland ligt) waar de morning tea met een uitgebreid assortiment heerlijke cakes op ons staat te wachten. Juk.

Het 'leuke' aan zeeziekte is dat als je eenmaal uit die hoge golven bent het meteen weer over is. Na een kopje thee en het onder lichte dwang naar binnen wurmen van een stuk cake zijn we weer helemaal de oude.
We varen met een kleiner bootje (met glazen bodem) naar het onbewoonde eiland. Doorheen die glazen bodem zien we stukken van het rif en een joekel van een schildpad!
We maken een wandeling over het eiland. Op het strand liggen er aangespoelde stukken rif.
Ook varen we een rondje in de semisubmarine boot (een boot waarbij je net onder het waterniveau zit en door glas naar vissen kunt kijken).
En dan gaan we snorkellen. Kapu heeft al wat ervaring en springt als een volleerd snorkelaar achterover het water in. Voor mij is het mijn eerste keer. Ik sta wat onwennig aan de kant en voel me net Donald Duck met mijn knalgele zwemvliezen. Ik ben namelijk niet echt een waterrat, ik vond het al eng om in Sydney in de zee te gaan zwemmen ('Wat zijn die golven hoog'). Maar goed, na een half uur wennen en klunzen voel ik me als een vis in het water. Dit is fantastisch!

Hieronder staat een filmpje gemaakt in de semisubmarine boot. Dit is bij benadering wat je ziet als je snorkelt, in 't echt is het natuurlijk veel mooier: het zicht is dan haarscherp, de kleuren zijn helder en overvloedig, alles is in 3D en in plaats van het gezoem van de motor hoor je het zachte klotsen van water in je oren.
video
De terugvaart, op een stuk rustigere zee, verloopt gelukkig zonder incidenten. Wat een geweldige dag!!

Yeppoon en omgeving
Vandaag - woensdag 5 mei - mogen jullie boekstaven als een historische dag: we passeren de steenbokskeerkring en zijn officieel in de tropen! We stranden in het plaatsje Yeppoon - ten oosten van Rockhampton.

Onderweg kom je soms verrassende dingen tegen. Zo zien we ineens deze constructie langs de weg staan:
We onderwerpen het object aan een nadere inspectie:
Aha! Dat willen we wel. We deponeren een dollar in het geldkistje en nemen een heerlijk sappige ananas mee:

Australië is - zoals eerder al vermeld - een fantastisch land, het is de natte droom van elke toerist. De truc is: rij om het even waar naartoe en ga ter plekke naar het "visitor information center" die zowat overal - tot in het kleinste gehucht - te vinden zijn. Daar word je opgewacht door een behulpzame oude meneer of mevrouw die na zijn/haar pensioen graag nog wat vrijwilligerswerk wilt doen. Een kwartiertje later loop je naar buiten met stapels folders en mappen van de omgeving. En ze geven echt hele goeie tips!

Zo komen we terecht op ons volgende kampeerplekje: Upper Stony Creek in het Byfield National Forest. In het toeristenbureau is er eerst nog wat discussie of we er wel naartoe moeten zonder vierwielsaandrijving, want de gravelweg schijnt nogal wat gaten te vertonen en overstroomt makkelijk, maar als we beloven niet door kniediep water te proberen rijden zetten ze het licht op groen. Eerst moeten we een kampeerpermit krijgen en na het invullen van 3 keer dezelfde gegevens op een ander formulier en daarna ook nog eens online op het internet (het lijkt België wel qua efficientie) kunnen we vertrekken. De reis verloopt vlot, ok er zijn wat hobbels in de weg maar verder valt het allemaal best mee. En we worden beloond want dit is één van de mooiste kampeerplekjes tot nu toe.
Wel staat er een groot waarschuwingsbord: we mogen niet zwemmen want er zitten krokodillen.
Sabrina en ik laten het niet aan ons hart komen.
Kapu hoopt stiekem dat het 's nachts keihard gaat regenen: "Dan overstroomt de weg en zitten we hier vast! Dat zou pas een goed verhaal voor op de blog zijn", maar tot zijn grote teleurstelling blijft het droog.

We kamperen nog een nachtje in het nabijgelegen Fern Hidaway Resort, waar we de kamping delen met een familie Wallabies, een kanotochtje maken en 's avonds een groot kampvuur stoken.
En Sabrina die zoekt er intussen toenadering tot de lokale diersoorten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen