woensdag 10 februari 2010

Over paarden en pinguins

Na de extreme fysieke omstandigheden tijdens onze trekking in Torres del Paine (kamperen bij een maximumtemperatuur overdag van 10°C blijft erg koud, ook met fleeces en thermisch ondergoed, en dan spreken we nog niet over het enorm voedzame kant-en-klaar voedsel dat we bijhadden) blijven we nog enkele dagen in het pittoreske Puerto Natales om weer op krachten te komen ;)

Ook trakteren we onszelf op een paardrijtochtje in de omgeving. De paarden worden gereden in Western stijl, en dat is even wennen. Je stuurt ze namelijk heel anders dan bij de volgens Engelse dressuur afgerichte paarden. Ik had bij de boeking gevraagd om een “snelle” tocht en daar wordt gevolg aan gegeven, de ene galop maakt al snel plaats voor de volgende, en we mogen ons helemaal uitleven op de uitgestrekte pampa's. Kapu wordt ter plekke omgedoopt tot Gaucho Gerardo (een Gaucho is een Zuid-Amerikaanse cowboy) omdat ie enthousiast achter een stelletje opgeschrikte koeien aangaloppeert, daarbij luidkeels roepend “la cena, la cena”(mijn avondeten, mijn avondeten)...

Vanuit Puerto Natales nemen we de bus naar de stad Punta Arenas. Dit is de meest zuidelijke stad van Chili, en tevens ook van het Amerikaanse vasteland (Ushuaia in Argentinië ligt nog zuidelijker, maar dan wel op het eiland Vuurland, dus dat telt niet volgens de Chilenen ...)
Het waait hier nogal veel, en dan ook meteen heel goed, met windstoten tot wel 120 km/u als je pech hebt. Het schijnt dat ze op sommige straathoeken touwen hebben hangen waaraan de mensen zich kunnen vasthouden, maar die hebben we niet gezien. We maken een wandeling door de stad, naar een mooi uitkijkpunt, erg handig want daar vinden we meteen de coördinaten voor het vervolg van onze reis:

Ook bezoeken we het kerkhof. Dit doet eerst wat denken aan de Recoleta, het kerkhof dat we in Buenos Aires hebben bezocht, met grote tombes waar de hele familie gezellig samenligt. Maar als we wat meer naar achteren doorlopen komen we uit bij wat lijkt op flatgebouwen in een soort van sociale woonwijk. Eerst denken we dat er urnes staan, maar blijkbaar worden daar de kisten in de muren ingemetseld, netjes boven mekaar. Wel slim, het bespaart een hoop plaats, en op de onderste rij steken ze de kisten zelfs 3 diep onder mekaar.

In het hostel waar we verblijven doen zich anders ook wel vreemde taferelen voor:
We zouden jullie kunnen wijsmaken dat dit hotel een dekmantel is voor het illegale cocaïnetransport vanuit Punta Arenas naar de rest van Zuid Amerika... maar dat is niet zo :o)
Ons hotel blijkt de uitvalsbasis te zijn van het Braziliaanse en Spaanse team atleten die deelnemen aan de “Wenger Patagonian Expedition Race”: een race door het onontgonnen zuidelijkste stukje Zuid Amerika die het uiterste vergt van de teamleden. Gedurende een week leggen ze een parcours af met behulp van de kayak, mountainbike en te voet. Ook moeten ze stukken klimmen. De zakjes wit poeder die je ziet zijn een proteïnenmengsel, een soort krachtvoer. Verder nemen ze onder andere nog de volgende delicatesse mee: plastic zakjes gevuld met een mengeling van pureepoeder, melkpoeder en parmezaanse kaas, aangelengd met koud (!) water wordt dat tijdens het sporten opgeslurpt. Dat hadden we moeten bedenken voor onze trekking! Geert zijn rugzak zou een stuk minder zwaar geweest zijn ;)

De patron van het hostel is anders ook wel een vrolijke Frans. Na aankomst worden we meteen voorzien van een glaasje plaatselijke pils. Onze handdoeken daaentegen, moeten we later op de avond zelf in een kast gaan zoeken. Het is een chaotische vrolijke boel, zo is er ontbijt inbegrepen: je mag het zelf in de berging en de koelkast bij elkaar gaan zoeken. Soms komen er nieuwe klanten aanbellen, maar dan is de patron naar de supermarkt, of staat hij een paar blokken verder een praatje te maken, en dan leiden wij de klanten rond en zeggen hoeveel de kamer kost... Op 1 avond stonden we voor een gesloten deur (het was half 1 's nachts), toen hebben we net zolang steentjes tegen de ramen gegooid tot iemand ons uiteindelijk naar binnen liet.

En wat valt er verder nog te beleven in Punta Arenas? Er schijnen pinguins in de buurt te zitten.
Dus die willen we gaan bekijken. We kopen een ticket voor de ferry boot die ons ernaar toe zal varen. Tijdens het wachten maken we nog een paar foto's:
Eens de boot is afgemeerd, worden we door een jong Chileens meiske vriendelijk maar kordaat vanop het dek naar binnen gestuurd. Daar vertelt ze het volgende (eerst in het Spaans en dan in een soort van gebrabbel wat wel eens Engels zou kunnen zijn): “Hallo, mijn naam is Jessica en ik ben jullie gids voor vandaag. We gaan 2 uur varen naar het eiland, dan kunnen jullie daar een uur rondlopen, en nadien varen we terug. We gaan heel dicht bij de pinguins komen, maar je mag ze niet aanraken want ze bijten” Verder vertelt ze nog allerlei details over het soort pinguin en meer van dat, wat voor jullie bloglezers weinig ter zake doet. We genieten 2 uur van de boottrip op het dek, met prachtig uitzicht.
Eenmaal het eiland bereikt, begint Jessica als een bezetene te schreeuwen naar iedereen en in paniek met haar armen te zwaaien. Ze wilt dat we dichtbij de boot blijven. Het waait nogal fel... en dat is zacht uitgedrukt. We worden er van onze sokken geblazen, en het opgewaaide zand nestelt zich gezellig in grote getale op plaatsen waar je niet wilt dat het zich nestelt (Oren, neusgaten, tussen onze kiezen, ...) Omdat de boot dreigt af te drijven kunnen we uiteindelijk maar 10 minuten ter plaatse blijven. Veel genieten van de waggelende pinguins is er niet bij, want we moeten zelf al erg ons best doen om rechtop te blijven staan. Kapu slaagt er toch in enkele foto's te nemen.
Nu is het wel genoeg geweest met dit koude en winderige klimaat. We vliegen naar Puerto Montt, wat een heel stuk noordelijker is. To be continued...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen